Aller au contenu
📢 Please bear with us !
De Kathedraal
De Kleine Kerk van abbé Julio
« Buig, maar breek niet! »
BESTEL JE KIT
✦ BOUW JE KERK IN BOUWPAKKET — GRATIS · VRIJ · OPEN SOURCE ✦ ✦ BOUW JE KERK IN BOUWPAKKET ✦GRATIS · VRIJ · OPEN SOURCE

Aanmelden

Met uw lidgegevens van de Broederschap.

Wachtwoord vergeten of wijzigen

← Psalmen

Psalmen 12

De BijbelPsalmen › hoofdstuk 12

1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Scheminith.

2Behoud, o HEERE; want de goedertierene ontbreekt, want de getrouwen zijn weinig geworden onder de mensenkinderen.

3Zij spreken valsheid, een ieder met zijn naaste, met vleiende lippen; zij spreken met een dubbel hart.

4De HEERE snijde af alle vleiende lippen, de grootsprekende tong.

5Die daar zeggen: Wij zullen de overhand hebben met onze tong; onze lippen zijn onze! Wie is heer over ons?

6Om de verwoesting der ellendigen, om het kermen der nooddruftigen, zal Ik nu opstaan, zegt de HEERE; Ik zal in behoudenis zetten, dien hij aanblaast.

7De redenen des HEEREN zijn reine redenen, zilver, gelouterd in een aarden smeltkroes, gezuiverd zevenmaal.

8Gij, HEERE, zult hen bewaren; Gij zult hen behoeden voor dit geslacht, tot in eeuwigheid. [ (Psalms 12:9) De goddelozen draven rondom, wanneer de snoodsten van des mensenkinderen verhoogd worden. ]

Statenvertaling (1637) — Synode de Dordrecht. Bron : seven1m/open-bibles. Domaine public