Aller au contenu
📢 Please bear with us !
De Kathedraal
De Kleine Kerk van abbé Julio
« Buig, maar breek niet! »
BESTEL JE KIT
✦ BOUW JE KERK IN BOUWPAKKET — GRATIS · VRIJ · OPEN SOURCE ✦ ✦ BOUW JE KERK IN BOUWPAKKET ✦GRATIS · VRIJ · OPEN SOURCE

Aanmelden

Met uw lidgegevens van de Broederschap.

Wachtwoord vergeten of wijzigen

← Psalmen

Psalmen 75

De BijbelPsalmen › hoofdstuk 75

1Voor den opperzangmeester, Altascheth; een psalm, een lied, voor Asaf.

2Wij loven U, o God; wij loven, dat Uw Naam nabij is; men vertelt Uw wonderen.

3Als ik het bestemde ambt zal ontvangen hebben, zo zal ik gans recht richten.

4Het land en al zijn inwoners waren versmolten; maar ik heb zijn pilaren vastgemaakt. Sela.

5Ik heb gezegd tot de onzinnigen: Weest niet onzinnig; en tot de goddelozen: Verhoogt den hoorn niet.

6Verhoogt uw hoorn niet omhoog; spreekt niet met stijven hals.

7Want het verhogen komt niet uit het oosten, noch uit het westen, noch uit de woestijn;

8Maar God is Rechter; Hij vernedert dezen, en verhoogt genen.

9Want in des HEEREN hand is een beker, en de wijn is beroerd, vol van mengeling, en Hij schenkt daaruit; doch alle goddelozen der aarde zullen zijn droesemen uitzuigende drinken.

10En ik zal het in eeuwigheid verkondigen; ik zal den God Jakobs psalmzingen. [ (Psalms 75:11) En ik zal alle hoornen der goddelozen afhouwen; de hoornen des rechtvaardigen zullen verhoogd worden. ]

Statenvertaling (1637) — Synode de Dordrecht. Bron : seven1m/open-bibles. Domaine public